Veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis)

Veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis)

bron foto: commons wikipedia Veelkleurig Aziatisch Lieveheersbeestje

 

Het Veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis)

1. Algemeen

Het Veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje  is zoals de naam al suggereert, oorspronkelijk afkomstig uit Azië. Ook komt dit lieveheersbeestje voor in China, Korea en Rusland. In de jaren ’90 van de vorige eeuw is deze soort in Noord Europa geïntroduceerd nadat in Noord-Amerika en Zuid-Europa was gebleken dat inzet van deze insecten tegen bladluizen in kascomplexen en in laanbomen, zeer effectief was. De soort breidde zich echter razendsnel over het land uit. In 2002 is het eerste verwilderde exemplaar in Nederland aangetroffen. Sindsdien wordt deze soort aangemerkt als invasieve exoot.

2. Uiterlijk

Het Veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje is vergeleken met de inheemse soorten iets groter. De diversiteit aan kleuren en stippen is groter evenals de aantallen waarin zij voorkomen.

3. Voedsel

Ten opzichte van de inheemse soorten kent het Veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje een nog grotere eetlust en doet zich naast bladluizen ook te goed aan andere insecten en vlindersoorten en de larven ervan. Wanneer het Veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje en de inheemse soorten elkaar treffen, delft de inheemse soort meestal het onderspit en wordt aangevallen (en opgegeten) door deze exoot.

4. Leefwijze

Het Veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje vertoont hetzelfde overwinteringsgedrag als de inheemse soorten. Echter, door de grotere aantallen waarin zij voorkomen, is de overlast vaak ook groter.

5. Preventie en bestrijding

Voor de preventie en bestrijding van het Veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje geldt hetzelfde advies als voor de inheemse soorten.

 

Het inheemse lieveheersbeestje

 

Plaats in het dierenrijk

Het lieveheersbeestje (Coccinella septempunctata)

Dierenrijkafdeling klasseordefamilie
Geleedpotigen
Insecten
Coleoptera
Coccinellidae

Eerste wetenschappelijke naamgeving in 1758 door Linnaeus

 

1. Algemeen

Lieveheersbeestjes komen algemeen voor in Nederland. Er zijn een groot aantal soorten bekend waarvan het zevenstippelig lieveheersbeestje (Coccinella septempunctata) het meest bekend is. Naast deze inheemse soort wordt ook het Veelkleurig Aziatische lieveheersbeestje  veelvuldig aangetroffen. Hierover hieronder meer.
Veel mensen zullen verwonderd zijn om te horen dat lieveheersbeestje ons ook tot overlast kunnen zijn. Dit komt vooral door hun leefwijze, de manier waarop zij overwinteren en hierbij in grote getale onze woningen binnendringen. Daarnaast worden ook de larven vaak aangetroffen die niet worden herkend doordat ze zeker niet lijken op het lieveheersbeestje.

2. Uiterlijke kenmerken

larve lieveheersbeestje

Het zevenstippelig lieveheersbeestje behoort tot orde van de kevers (Coleoptera) die het kenmerk hebben dat hun voorvleugels zijn vervormd tot dekschilden. Kenmerkend bij het zevenstippelig lieveheersbeestje is de rode kleur van de dekschilden met hierop de zwarte stippen. Bij andere soorten kan de kleur en het aantal stippen afwijken. Larven van lieveheersbeestjes zien er uit als een soort rups met 6 pootjes. Larven van het zevenstippelig lieveheersbeestje zijn zwart/rood gekleurd.

3. Voedsel

Het voedsel van zowel het zevenstippelig lieveheersbeestje als van de larven ervan bestaat uit bladluizen. Omdat ze grote aantallen kunnen verorberen, vervullen ze een nuttige functie in de natuur. Er zijn ook soorten die zich voeden met meeldauwschimmels, sommige soorten voeden zich met planten.

4. Ontwikkeling

Lieveheersbeestje hebben een volledige gedaanteverwisseling. Dit betekent dat het stadium dat uit het eitje komt niet op het volwassen insect lijkt. Zo lieflijk het lieveheersbeestje oogt, zo een afschrikwekkend uiterlijk heeft de larve. Om die reden willen veel mensen weten met welke larve men te maken heeft. De larven kennen een ongekende eetlust en groeien snel. Om te groeien vervellen ze een aantal keer waarbij ze in het laatste stadium een zwart-rood gekleurd zijn. Hierna verpoppen zij zich waaruit het lieveheersbeestje tevoorschijn komt. Het lieveheersbeestje wordt over het algemeen 1 jaar oud.

5. Verspreiding en habitat

Lieveheersbeestjes komen algemeen voor in de natuur. Door het eten van grote aantallen bladluizen vervullen ze hier een nuttige functie. Lieveheersbeestjes behoren tot de zogeheten overwinterende insecten. Dit betekent dat zij in het najaar, vaak in grote aantallen (vaak tientallen), op gebouwen af kunnen komen, en deze via allerlei openingen binnendringen. Eenmaal binnen kunnen zij voor overlast zorgen. Meestal niet vanwege het uiterlijk maar wel door het aantal. Hebben ze een geschikte plaats gevonden om te overwinteren, zullen ze weinig overlast bezorgen. In het najaar vertrekken ze weer. Veel lieveheersbeestjes vinden hierbij echter niet meer de uitgang en zullen in de woning of ander gebouw terecht komen.

6. Preventie en bestrijding

Preventie
Onder normale omstandigheden Zoals aangegeven kunnen lieveheersbeestjes overlast veroorzaken wanneer zij in ‘grote’ aantallen gebouwen binnendringen. De beste preventie is dan ook om, in kaart te brengen via welke openingen zij het gebouw binnendringen en deze zodanig af te dichten dat dit niet meer mogelijk is. In sommige gevallen is het mogelijk om aan de buitenzijde de openingen dicht te maken. In andere gevallen is het gemakkelijker om aan de binnenzijde (binnenblad) alle openingen dicht te maken.
Er zijn openingen die permanent kunnen worden afgedicht, andere openingen moeten op enige wijze open blijven, vaak met het oog op ventilatie. Vaak gaat aanwezigheid van lieveheersbeestjes samen met de aanwezigheid van overwinterende vliegen zoals de grasvlieg, de herfstvlieg en de klustervlieg.
Let op: openingen mogen pas worden gedicht op het moment dat de insecten in het voorjaar weer zijn vertrokken. Wanner de insecten weer zijn vertrokken moeten de ruimten goed worden geïnspecteerd om na te gaan of er geen dode exemplaren zijn achtergebleven. Deze kunnen namelijk weer een voedingsbron vormen voor andere insecten. De natuur ruimt zich namelijk zelf op.

Bestrijding
Bestrijding is (nagenoeg) nooit noodzakelijk en ook niet gewenst. Door de openingen dicht te maken nadat de insecten in het voorjaar zijn vertrokken, wordt voorkomen dat de overlast het volgende jaar zich opnieuw voor doet. Wanneer overwinterende insecten gedurende de winterperiode toch tot last zijn, kunnen deze het gemakkelijkst met een stofzuiger worden verwijderd.

Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen wordt ontraden.

7. Risico voor volksgezondheid

Er zijn geen gegevens bekend dat lieveheersbeestjes een risico zouden betekenen voor de gezondheid van mens en/of dier.